Delen in uzelf

De delen in onszelf zijn in drie groepen onder te verdelen. Dit zijn:

A) Algemene delen die rollen vertegenwoordigen zoals moeder, huisvrouw, vriendin,  werknemer etc. Deze delen bepalen voor een groot deel hoe u uw beschikbare tijd verdeelt tussen deze rollen. Dat komt doordat u
· afspraken met andere mensen om u heen hebt. U heeft bijvoorbeeld een 32 uur arbeidscontract.  
· bepaalde overtuigingen hebt die horen bij deze rol. U vindt bijvoorbeeld dat u als dochter iedere week bij uw ouders hoort langs te gaan.

Deze delen zorgen voor veel spanning als er niet voldoende evenwicht is tussen  energievreters en energiegevers. Dat kan te maken hebben met slecht timemanagement maar ook met disfunctionele overtuigingen.

B) Algemene delen die een positief doel hebben. Met positief bedoel ik dat de doelen gericht zijn op u ergens voor behoeden of iets voor u bereiken. Delen die zich met doelen bezighouden zijn bijvoorbeeld de zorgenmaker, de creatieveling, de innerlijke criticus, gezondheidsbewaker etc.

Deze delen kunnen spanning veroorzaken doordat ze in verschillende valkuilen stappen die ervoor zorgen dat
· bestaande spanning onnodig groter wordt. (zoals uitgebreid beschreven in H5 van het boek)
· bestaande spanning wordt verbloemd waardoor de spanningsbron onder de oppervlakte blijft smeulen en broeien. (zoals uitgebreid staat beschreven in H6 van het boek)

C) Persoonlijke delen die een gekwetst / getraumatiseerd karakter dragen. Het zijn delen die door een intense nare ervaring zijn blijven hangen in de tijd. Ze lijken te zijn bevroren op het moment waarop het voorval zich afspeelde. Op dat moment heeft dit deel een bepaald overlevingspatroon gehanteerd om met de situatie om te gaan, met de daarbij bijbehorende overtuigingen. Dit deel zal (als u daar niet zelf actief mee aan het werk gaat) nog steeds in uw klas zitten en er voor zorgen dat u in bepaalde situaties uw oude overlevingspatroon weer gaat hanteren. Dit deel is er namelijk nog steeds van overtuigd dat de omgeving om hem heen nog exact dezelfde is als toen. En dat dus het bijbehorende overlevingspatroon ook nog steeds heel erg hard nodig is.

Voorbeeld

Een 52 jarige man die zijn hele leven de trap had genomen en de lift had vermeden. Nu zijn werkgever ging verhuizen naar een gebouw met 21 verdiepingen, moest hij dit vermijdingsgedrag wel veranderen, of een andere baan zoeken.
In zijn klasje ontdekten we een 6 jarig jongetje. Hij was vast komen zitten in een lift en zijn vriendjes waren weggelopen met de grappig bedoelde opmerking: “We zien je morgen wel weer.”
Dit deel voelde acuut de paniek van toen weer, bij het zien van een lift. Hij had zich toen voorgenomen nooit meer in een lift te stappen.

Met deze persoonlijke delen van groep C) gaan we nu niet aan de slag. Als de hinder van deze delen teveel aanwezig is, adviseer ik dat u hiervoor een afspraak maakt met mij of dat u een andere geschikte therapeut zoekt. Therapie zal echter veel gemakkelijker worden naarmate u meer gebruik weet te maken van de algemene hulpbronnen in uw eigen klas.