Leer jezelf beter kennen

Heb je wel eens opgemerkt dat je in jezelf zit te praten? En heb je daar ooit wel eens over nagedacht? Heb je je wel eens afgevraagd wie er dan eigenlijk tegen wie praat? Je stiekem afgevraagd of je misschien toch een beetje gek was? Nou, ik kan je gerust stellen hoor, praten in jezelf, we doen het allemaal.

Je zou jezelf kunnen zien als een verzameling verschillende ‘ikken’ die vaak hele verschillende dingen belangrijk vinden. En die dan onderling zoveel onenigheid kunnen hebben dat je je in je hoofd met weinig anders meer mee bezig kunt houden. Hoe kun je nu voorkomen dat het deel dat de luidste stem heeft, altijd wint? Het kan toch niet zo zijn dat het recht van de sterkste geldt bij het maken van keuzes? Hoewel, altijd uitslapen? Nou, voor een paar weken lijkt dat menigeen best aantrekkelijk. Maar ja, als dat ten koste van je baan gaat, dan wordt het weer een ander verhaal. Om dit soort discussies met je ‘ikken’ (in dit voorbeeld de genieter en de werknemer) op te lossen heb je een soort voorzitter nodig. Die heeft het overzicht en herkent welke delen te veel of te vaak aan het woord zijn en welke delen juist te weinig aan bod komen. Je zou kunnen zeggen dat je dan een intern teamoverleg gaat houden met jezelf. En net als in een werksituatie op een afdeling, heb je collega’s die verschillende kwaliteiten hebben met ieder hun eigen benadering van een situatie en eigen behoeften. Zo is het ook met onze ‘ikken’. Het zijn delen van onszelf met verschillende invalshoeken en verschillende kwaliteiten. En allemaal hebben ze uiteindelijk eenzelfde doel: het vergroten van je welzijn. De een richt zich daarbij meer op het voorkomen van iets naars, een ander meer op het bereiken van iets prettigs.
Net als bij een afdelingsoverleg, zijn het vaak dezelfde stemmen die je hoort, en dezelfde stemmen die je juist niet hoort. En dat terwijl een ieder iets positiefs kan bijdragen.

Waar in een teamoverleg mensen worden aangestuurd door een voorzitter, of orkestleden door een dirigent, zo hebben onze ‘ikken’ ook een aansturing nodig. Omdat niet iedereen werkt of met collega's werkt, of lid is van een orkest, wordt in het boek een andere metafoor gebruikt en wel die van het klaslokaal. We hebben immers wel allemaal op school gezeten. En kan je je nog het verschil herinneren tussen leraren die orde konden houden, en die dat duidelijk moeilijker vonden? In geval van dat laatste kwam er een andere dynamiek in de klas. Het was niet langer rustig maar er waren er altijd wel een paar in de klas die dan de leiding als het ware overnamen en sfeerbepalend werden. En zo is het ook in onszelf. Als je je ‘ikken’ niet kunt aansturen, zijn er altijd wel een paar die heel veel aan het woord komen, en een paar die je verder niet meer hoorde.

Deze innerlijke communicatie gaat altijd vooraf aan de communicatie met je buitenwereld, is bepalend voor wat je gaat doen of niet gaat doen en beïnvloedt ook je stemming. En beïnvloedt hiermee ook je spanningsniveau.

Hoe weet je nou of jouw docent wel of niet goed goed functioneert? De belangrijkste graadmeter hiervoor is je eigen spanningsniveau. Hoe meer spanning je ervaart, hoe meer de docent aan het werk moet. In het boek ‘Ontdek je gebruiksaanwijzing. Hoe beïnvloed jij je spanning?’ wordt uitgelegd hoe je eerder bij jezelf kunt herkennen dat je spanning aan het opbouwen bent.

 


Bewustwording

Veel van wat je doet en met name hoe je denkt is in de loop van je leven een automatisme geworden. In het boek gaan we niet in op waarom die automatismen zijn ontstaan, maar gaat het om bewustwording van die automatismen. Wil je iets veranderen bij jezelf, dan is het immers nodig dat je je eerst bewust wordt van wat het is dat je doet. Pas dan kan je besluiten of je dat wel of niet wilt veranderen.

Ter herkenning staan in het boek daarom veel voorkomende valkuilen beschreven die ervoor zorgen dat je onnodig spanning aan het vergroten bent. Een voorbeeld is Gedachten lezen:

Jij bedenkt wat een ander denkt of gaat doen, en dat zal voor jou ongetwijfeld niet positief zijn. Bijvoorbeeld: Als ik dat ga zeggen, zal hij wel denken: wat een egoïst. Of: Als ik dat ga voorstellen, wordt zij vast erg boos. En dus zeg of doe je dan maar liever niets of iets anders. Dat deze valkuil veel vermijdingsgedrag oplevert, zal duidelijk zijn.

Er staan ook valkuilen in beschreven die je het gevoel kunnen geven dat je goed bezig bent omdat ze op de korte termijn spanning verminderen maar die je op de lange termijn juist opbreken. Er worden veel voorbeelden gegeven en natuurlijk ook tips voor de voorzitter hoe hij dit denken, als zijnde het gesprek in jezelf, anders kan aansturen.

Al lezend word je steeds duidelijker hoe je eerder bij jezelf kunt herkennen dat je spanning opbouwt, je leert herkennen wat je eigen valkuilen hier in zijn en je krijgt handvatten aangereikt hoe je dat kunt veranderen. Als je dit zo bij elkaar zet, heb je feitelijk je eigen gebruiksaanwijzing met betrekking tot stressmanagement gevonden. Uniek in zijn soort!
 

Terug in de klas

De ‘ikken’ in onszelf zijn in drie groepen onder te verdelen. Twee groepen zijn herkenbaar voor iedereen en komen in deze app aan de orde. Een derde groep verschilt van persoon tot persoon. De eerste twee groepen zijn:

    De delen die rollen vertegenwoordigen zoals moeder, huisvrouw, vriendin, werknemer etc. Deze delen bepalen voor een groot deel hoe je je beschikbare tijd verdeelt tussen deze rollen. Deze delen zorgen voor veel spanning als er niet voldoende evenwicht is tussen delen die energie vragen en die energie geven. Dat kan te maken hebben met slecht timemanagement maar ook met disfunctionele overtuigingen.
    Delen die een specifiek doel hebben. Doelen die erop gericht zijn opmje ergens voor te behoeden of om iets voor je te bereiken. Voorbeelden hiervan zijn de zorgenmaker, de boekhouder, de innerlijke criticus, gezondheidsbewaker etc. Deze delen kunnen spanning veroorzaken doordat ze in verschillende valkuilen stappen die ervoor zorgen dat:
        bestaande spanning onnodig groter wordt. (zoals uitgebreid beschreven in hoofdstuk 5 van het boek)
        bestaande spanning wordt verbloemd waardoor de spanningsbron onder de oppervlakte blijft smeulen en broeien. (zoals uitgebreid staat beschreven in hoofdstuk 6 van het boek)

In totaal zijn dit er 23 die als je er straks mee aan de slag gaat, allemaal zult herkennen. Geen wonder dat we het druk kunnen hebben met onszelf.

In de derde groep zitten onze persoonlijke delen die een gekwetst / getraumatiseerd karakter dragen. Het zijn delen die door een intense nare ervaring zijn blijven hangen in de tijd. Ze lijken te zijn bevroren op het moment waarop het voorval zich afspeelde. Op dat moment heeft dit deel een bepaald overlevingspatroon gehanteerd om met de situatie om te gaan, met de daarbij bijbehorende overtuigingen. Dit deel zal (als je daar niet zelf actief mee aan het werk gaat) nog steeds in je klas zitten en er voor zorgen dat je in bepaalde situaties je oude overlevingspatroon weer gaat hanteren. Dit deel is er namelijk nog steeds van overtuigd dat de omgeving om hem heen nog exact dezelfde is als toen. En dat dus het bijbehorende overlevingspatroon ook nog steeds heel erg hard nodig is.

In de vervolgoefening op het boek gaan we met deze derde groep delen niet aan het werk. Daarvoor is het handiger om met een coach of therapeut samen aan het werk te gaan. Wat ook in zo’n situatie erg goed helpt is echter dat je de delen in de andere twee groepen in jezelf weet te activeren. Deze zullen je helpen om met oud leed aan het werk te gaan. Het zijn immers je eigen hulpbronnen. Helaas zitten die vaak achter in de klas.